Ooit lag rond elk dorpsplein de drie-eenheid van kerk, kroeg en sport. Kerk voor de zingeving, sport voor de gezonde geest in een gezond lichaam en kroeg voor de vergetelheid. Alleen, bij sport woei de zin van het bestaan je zo vol in het gezicht dat geen kerk daaraan kon tippen. Wie wil nog zingeving als je die zin net aan den lijve hebt ondervonden bij het hollen achter een bal? Of zonder bal, die gasten heb je ook - ja ik weet het, onbegrijpelijk.

Nu is sport tot plicht gemaakt want bewegen moet, met een app en een stappenteller. Heregod homo ludens, hoe heb je zo diep kunnen zinken? Als niemand het durft te zeggen, dan doe ik het wel: sport stelt niets voor. Het is nutteloos. Sport staat zo luxueus nutteloos te wezen dat zelfs poëzie, muziek en andere schone kunsten alleen jaloers kunnen toekijken. Die zijn ook wel nutteloos maar toch minder fanatiek want die willen nog iets betekenen. Daar kun je wat van opsteken maar daar trappen wij niet in, aan ons heb je echt helemaal niets.

In concentratie ben je heel, in flow vier je dat. Dat is al. Meer is het niet, die hele sport, maar meer is ook niet nodig.

Binnenkort breekt de tijd aan waarin robotica, algoritmes en AI het werk definitief overnemen. Privacy afgeschaft en wij afgedankt, met voor ons een zee van tijd. De eeuwigheid is alle tijd maar hij begint pas na je dood, welke gek heeft dat ooit verzonnen? Als we die bots nou eens keihard laten werken, dan gaan wij lekker het nutteloze vieren op de velden, in stadions en sporthallen, in theaters, buurthuizen, disco’s, parken, musea, bioscopen - dancing in the streets en dancing in the rain. Nuttig en efficiënt laten we over aan robots, competitie aan de sport, vergetelheid aan de kroeg en bekeuringen voor stappentellers aan de politie. Komt het allemaal toch nog goed.